Spring naar inhoud

Onderwijs en opleiden

2.1 Studentenonderwijs

Karin Duitscher-Fransen, hoofd Studentenonderwijs

De sectie Studentenonderwijs maakte in 2025 verschillende organisatorische en inhoudelijke veranderingen door. Nicoline van den Broek nam afscheid als hoofd van de sectie. Karin Duitscher-Fransen nam haar taken over, met Jenneke Deelstra als adjunct. De focus voor het studentenonderwijs lag op het structureel verankeren van het extramurale werkveld en interprofessionele samenwerking binnen het basiscurriculum Geneeskunde.

GEMC
De voorbereidingen voor het nieuwe Geïntegreerd Extramuraal Coschap (GEMC) waren in volle gang in 2025. Vanaf september 2026 lopen tweedejaars masterstudenten drie maanden dit coschap in het extramurale werkveld, verdeeld over Huisartsgeneeskunde, Ouderengeneeskunde en Sociale Geneeskunde. Zo ervaren zij continuïteit van zorg, multidisciplinaire samenwerking en de maatschappelijke context van zorg in de praktijk. Je leest er hier  meer over.

Ook werkten we afgelopen jaar aan de voorbereidingen voor een nieuwe vorm van onderwijs: vanaf januari 2026 verzorgt onze sectie, in samenwerking met de afdeling Sociale Geneeskunde, onderwijs in alle affiliatieziekenhuizen voor het tweede masterjaar. Het onderwijs zal worden gegeven door lokale huisartsen, specialisten Ouderengeneeskunde en sociaal geneeskundigen. Door dit geïntegreerde onderwijs worden extramurale perspectieven structureel meegenomen en ontmoeten studenten positieve rolmodellen in het extramurale werkveld, waardoor ze een completer beeld krijgen van het werken in de regio.

Herziening curriculum
De sectie was actief betrokken bij de verdere uitwerking van de opleidingsvisie van de Geneeskundeopleiding. Deze betrokkenheid bood kansen om het extramurale onderwijs inhoudelijk te versterken en toekomstbestendig te positioneren binnen de nieuwe opleidingsvisie.

In de startblokken voor GEMC

In september 2026 starten de eerste studenten met het Geïntegreerd Extramuraal Coschap (GEMC). Dit vernieuwde coschap biedt vijfdejaars studenten de unieke kans om 12 weken ervaring op te doen binnen de Ouderengeneeskunde, Huisartsgeneeskunde en Sociale Geneeskunde. Een belangrijk moment voor de Ouderengeneeskunde, omdat dit tot nu toe enkel een keuzestage was. 

“We zijn er bijna helemaal klaar voor. We zoeken nog een paar stagelocaties voor Ouderengeneeskunde”, zegt Liesbeth Koenderink, coördinator studentenonderwijs ouderengeneeskunde. Zij heeft samen met een groot aantal collega’s jaren gewerkt aan het GEMC. 

Liesbeth Koenderink

“We hebben in 2021 een pilot gedraaid, daarna was het wachten op een officieel besluit. Dat kwam 1,5 jaar geleden en toen zijn we hard aan de slag gegaan. We hebben van niks iets heel moois gecreëerd.” Zo is naast het vormgeven van het onderwijs, door een nieuw planbureau de logistiek opgezet.

Verplichte stage
Een van de specialisten Ouderengeneeskunde (SO) die in de startblokken staat voor het nieuwe GEMC is Raoul Dik (ZuidOostZorg). Hij werkte jarenlang als basisarts in een verpleeghuis en is sinds eind vorig jaar officieel SO. De kersverse medisch specialist deed al mee aan de pilot en gaat nu weer coassistenten begeleiden. Ook dacht hij mee bij het ontwikkelen van het gezamenlijk onderwijs voor vierdejaars studenten. Raoul vindt het belangrijk dat de studenten Geneeskunde nu verplicht een coschap Ouderengeneeskunde lopen. “Ik moest er in mijn tijd nog echt op aandringen.”

Raoul Dik

Samenwerken
Het imago van zijn vak komt volgens hem vooral door onbekendheid. “Onbekend maakt onbemind. We hebben voor ieder wat wils: revalidatie, dementiezorg of palliatief. Wij kunnen echt de tijd nemen voor onze patiënten, ik heb soms wel consulten van een uur als dat nodig is. We hebben geen gemakkelijke casussen, patiënten hebben vaak veel diagnoses tegelijk. Ik weet in de ochtend nooit wat me die dag te wachten staat. Plus je werkt hier echt als team.” Liesbeth vult aan: “Studenten krijgen door het GEMC een goed beeld van hoe je kunt samenwerken, op extramuraal vlak, maar ook intramuraal. Het zou mooi zijn als al die muren er straks niet meer zijn, dan noemen we het gewoon ‘zorg’.”

Win-winsituatie
Naast coassistenten zijn er op de werkplek van Raoul ook andere stagiaires. “Verpleegkundig specialisten in opleiding, aios revalidatie en aios huisartsgeneeskunde. Iedereen heeft een frisse blik en stelt scherpe vragen. Er valt nog veel te onderzoeken naar ouderen, we werken ook met AI en spraakherkenning. Ik wil coassistenten daar graag enthousiast voor maken. Alles wat ze leren, kunnen ze overal mee naartoe nemen. Het is echt een win-winsituatie, ook voor de ouderen. Zij krijgen nog meer aandacht. Het is altijd leuk om te zien hoe zij de coassistenten ontvangen.”

Wensen voor de toekomst van het GEMC zijn er al. “Ik wil graag dat interprofessionele samenwerking wordt geïntegreerd, zoals ze dat bij gynaecologie doen”, zegt coördinator Liesbeth. “Wij kunnen dit voor Ouderengeneeskunde samen met verzorgenden en verpleegkundigen doen. Zo leer je elkaar beter kennen en op waarde te schatten. Het is sowieso goed dat het GEMC er nu is. Het was een pittig proces, maar we hebben dit nodig als zorglandschap en regio. Raoul en de andere begeleiders zijn nu degene die het moeten doen, samen met de coassistenten.”

Gezocht: stageplekken Ouderengeneeskunde
Bent u SO en heeft u ruimte voor een of meerdere studenten?
Meld u dan nu aan als stagelocatie voor de coschappen.
Voor het begeleiden van een coassistent krijgt u een vergoeding van €800 per 4 weken.

Studentenonderwijs in 2025

Bachelor: aandeel verplicht onderwijs

130 colleges

(109 in 2024)

Bachelor: aandeel keuzeonderwijs

472 uren

(130 in 2024)

Master: aandeel verplicht onderwijs

16 colleges

(16 in 2024)

M1:  coschap ouderengeneeskunde

100 in totaal

(100 in 2024)

M2: coschap huisartsgeneeskunde

450 in totaal

(450 in 2024)

M2: coschap ouderengeneeskunde

25 in totaal

(20 in 2024)

M3: stage wetenschap

11 in totaal

(8 in 2024)

M3: oudste coschap ouderengeneeskunde

2 in totaal

(3 in 2024)

M3: oudste coschap huisartsgeneeskunde

4 in totaal

(1 in 2024)

Competentieonderwijs

11 coaches

(9 in 2024)

Communicatieonderwijs

17 trainers

(9 in 2024)

Aantal commissies

6 stuks

(7 in 2024)

2.2 Huisartsopleiding UMCG

Erik Teunissen, hoofd Huisartsopleiding UMCG

2025 was een jaar waarin we met veel inzet en overtuiging hebben gewerkt aan een financieel toekomstbestendige opleiding. Dat is gelukt! Door scherpe keuzes te maken, meer gebruik te maken van onze eigen expertise en dankzij medewerkers die bereid waren extra taken op zich te nemen, staan we er duidelijk beter voor dan de afgelopen jaren. Ook mochten we in 2025 een mooie groep nieuwe aios verwelkomen, en in maart 2026 startten zelfs 46 aios. De stijgende lijn zet door en dat stemt ons optimistisch.

Terugkomdagen
Om het zelfsturend leren verder te versterken én de expertise van onze eigen docenten beter te benutten, startten we een commissie voor het herontwerp van de terugkomdagen. Het doel: docenten flexibeler inzetbaar maken en hun kennis gerichter inzetten. We streven ernaar om in september 2026 van start te gaan met de vernieuwde terugkomdagen.

Curriculum
Twee belangrijke speerpunten van de Huisartsopleiding UMCG, planetaire gezondheid en interprofessionele samenwerking, kregen een stevige plek in het curriculum. We ontwikkelden bovendien een verdiepingsmodule planetaire gezondheid, die in 2026 beschikbaar komt voor opleiders, aios en stafleden.

Stageplekken
Ook op het gebied van stages zijn mooie stappen gezet. We breidden het aanbod uit met onder andere het azc in Ter Apel, een vluchtelingenkamp op Lesbos en de spoedeisende hulp in een ziekenhuis op Curaçao. Hiermee bieden we aios een breder en rijker palet aan leerervaringen en versterken we onze relatie met de regio en daarbuiten.

De stagiair die met pensioen gaat: intensivist kijkt mee bij huisarts

Een aanbeveling van koepelorganisatie UMCNL was de aanleiding voor prof. dr. Jaap Tulleken om vlak voor zijn pensionering stage te lopen. De intensivist kwam terecht bij huisarts Rik Plaggemars, praktijkhouder van Huisartsenpraktijk Bedum. 

“Vanuit mijn rol in het portefeuillehoudersoverleg Onderwijs&Opleiden UMCG kwam de aanbeveling, voor ‘meer extramurale artsen’, waaronder huisartsen, op mijn bureau. Als intensivist staat de eerste lijn relatief ver van me af, en mijn kennis van de huisartsgeneeskunde gaat terug tot de coschappen. Dus het was goed om er weer eens te gaan kijken”, legt Jaap uit. “Het maakte echt indruk dat er zo snel een praktijk was, waar ik mocht meekijken. Ik ben met mijn neus in de boter gevallen hier.”

Jaap Tulleken (links) en Rik Plaggemars (rechts)

Dagstart
Rik is huisartsopleider en altijd in voor nieuwe dingen en ontwikkelingen. “Er wordt nog veel te weinig van het ziekenhuis naar ons gekeken, het is eenrichtingsverkeer. Dus er mag altijd iemand bij ons een kijkje in de keuken nemen.” Jaap was uiteindelijk vier maanden lang, een dag in de week in Bedum. “Ik vond het geweldig”, zegt de intensivist. “Ik was bijvoorbeeld direct verrast door de dagstart. Die hebben we ook wel in het ziekenhuis, als patiëntenoverdracht. Daarna beginnen we te rennen. Hier is het een ‘staande’ koffie, kort de dag doornemen en er is ruimte om even iets persoonlijks te delen. Je ziet er de mens, je bent een persoon. Waar klagen onze aios over? Dat zo’n groot ziekenhuis anoniem is. Het eerste wat ik in de huisartsenpraktijk merk, is dat ze elkaar hier echt zien.”

Met een team
Niet alleen het verbeteren van het imago van de eerste lijn, maar ook hoe de opleidingen zijn ingericht, is een van de aandachtspunten. Denk aan meer dan één aios per huisarts. “Ik snap best dat collega’s het vak heel zwaar vinden”, zegt Rik. “Maar er kan ook op organisatorisch niveau veel gedaan worden. Je moet het met een team doen: een praktijkmanager, goede assistentes die de patiënten kennen, praktijkondersteuners en verpleegkundigen. Ook ik kan het niet alleen. Ik vind het prima als een student Geneeskunde een keer een wond hecht, dat hoef ik niet per se zelf te doen.”

Traineeship
Een manier om basisartsen te interesseren voor extramurale opleidingen zijn traineeships. “Onbekend maakt onbemind”, zegt Jaap. “Basisartsen kunnen in die traineeships een tijdje bij een huisarts werken, en daarna een paar maanden op een afdeling in het ziekenhuis of in het verpleeghuis.” Rik heeft ook nog een suggestie: “We moeten meer zichtbaar zijn in het curriculum. Sowieso zou het echt goed zijn als elke specialist in opleiding een aantal maanden meedraait in de huisartsenpraktijk.”

Bel de eerste lijn
Jaap snapt de aantrekkingskracht van werken in een ziekenhuis. “Maar mensen die hier in de spreekkamer van de huisarts zitten, die doen ook een appel  op de dokter. Dat verschilt niet zoveel.” “We handelen vaak wat anders”, gaat Rik verder. “Wij hebben de continuïteit in de patiëntenzorg, we kennen onze patiënten. Dat is hele waardevolle kennis. Helaas worden we weinig gebeld vanuit de tweede lijn, terwijl wij hen goed kunnen bijpraten over een patiënt. We weten vaak meer dan in de verwijsbrief staat. Zo word je ook samen de behandelaar.”

De visites die hij samen met Rik aflegde waren erg waardevol voor Jaap. “Je ziet dan de context, in het ziekenhuis zien patiënten er toch anders uit. Thuis zie je het hele verhaal en dat kan bijdragen aan het bieden van goede zorg.” Welke specialisatie een basisarts ook kiest, de 66-jarige stagiair geeft graag nog wat mee: “We zijn één lijn, de patiëntreis gaat van hier naar daar en weer terug.”

Huisartsopleiding UMCG in 2025

Aantal aios

238

(243 in 2024)

Aantal huisartsopleiders

383

(417 in 2024)

Aantal klinische stageplekken

44

(47 in 2024)

Aantal stageplekken GGZ

27

(28 in 2024)

Aantal stageplekken chronisch complexe zorg

32

(35 in 2024)

2.3 Opleiding Ouderengeneeskunde Groningen

Coby Tibben, hoofd Opleiding Ouderengeneeskunde Groningen

We begonnen 2025 vol energie en gingen verder met de implementatie van het Landelijk Opleidingsplan (LOP) 2024, in zowel het lokale als landelijke cursorische onderwijs. Ook de stageplanning werd hier verder op aangepast. Helaas was er afgelopen jaar ook verdriet. Op 25 april overleed onze hoogleraar Sytse Zuidema na een ziekbed van enkele maanden, waarna we op 3 mei samen afscheid van hem namen. Wij zijn Sytse dankbaar voor alles wat hij heeft betekend voor het vak van de specialist Ouderengeneeskunde en in het bijzonder voor de Opleiding Ouderengeneeskunde Groningen.

Voorlichtingen
In 2025 werkten we nog meer aan onze relatie met de regio door mee te doen aan allerlei voorlichtingen en informatiemarkten om verschillende doelgroepen kennis te laten maken en te enthousiasmeren voor ons vak. Zo waren we bijvoorbeeld te vinden op de opleidingscarrousel van Treant in Emmen en op de Medische Carrière Dag 2025 in het Frisius MC in Leeuwarden. Ook zijn we onze eigen LinkedIn-pagina gestart, waar onze aios actief aan bijdragen. We hopen dat we hiermee op termijn een hogere instroom van aios in de opleiding krijgen.

Lustrum
Tijdens ons lustrumsymposium ‘Ouderengeneeskunde in beweging’ op 7 november vierden we het vijfjarig bestaan van het opleidingsinstituut. We kijken terug op een zeer geslaagde dag met inspirerende presentaties en interessante pauzesessies, waarbij de deelnemers letterlijk in beweging moesten komen. Er was ruimte om bij te praten met oude bekenden en om nieuwe contacten te leggen. Lees hier meer over de ontwikkeling van het vak van de specialist Ouderengeneeskunde.

Als opleidingsinstituut kunnen we alleen bestaan als we verbonden zijn met de (stage-)opleiders en (stage-)opleidingsinstellingen in onze regio. De opleiding is namelijk geworteld in de beroepspraktijk. Samen leiden we vakbekwame specialisten Ouderengeneeskunde op. Laten we in 2026 blijven groeien, kennis delen en elkaar inspireren. Samen maken we het verschil.

De voordelen van opleiden in Groningen

De opleiders van de Opleiding Ouderengeneeskunde Groningen (OOGr) verzamelden zich op 1 april in het UMCG. Ze hadden een dag vol didactische scholing, bijpraten over nieuwe ontwikkelingen en intervisie. Drie opleiders vertellen tijdens de lunchpauze over hun ervaringen.

Helma Timmer (Dignis) werkte twintig jaar als docent, coach en coördinator in het klinisch trainingscentrum van het UMCG. Drie jaar geleden werd ze specialist Ouderengeneeskunde (SO). Nadat ze al jaren stagebegeleider was, is ze nu – bijna als vanzelfsprekend – ook opleider. Renate Dingenouts zit al lang in het vak, maar is pas drie jaar opleider. “Ik begeleidde daarvoor iemand in een re-integratietraject, en zag die persoon groeien en ontwikkelen. Zo ontdekte ik dat ik wel kon en wilde opleiden.

Geen drempel
Veronica van der Pol (Ouderenpraktijk Friesland ) is al meer dan tien jaar opleider. Eerst voor de opleiding in Amsterdam, nu voor de OOGr. “Het is voor mij echt anders, ik voel me nu meer betrokken bij het onderwijs en de ontwikkeling daarvan. Ook worden er nu in de regio meer mensen opgeleid, omdat de drempel lager is dan vanuit Amsterdam.” Helma kan dat beamen, zij deed haar opleiding tot SO nog wel in de hoofdstad. “Het was een blokkade om steeds naar Amsterdam te gaan. En dan zit je in een groep met allemaal mensen die in het Westen werken. Ik denk dat nu de opleiding hier is, je elkaar sneller opzoekt en meer interactie hebt.”

Voor Renate is het weer een ander verhaal. Zij werkt bij Livio in Twente en heeft aios uit Groningen, Nijmegen en Amsterdam. “De reisafstand is voor iedereen ongeveer hetzelfde. Wij leiden op om de SO’s voor onze regio te behouden en proberen ook coassistenten en basisartsen voor ons vak te enthousiasmeren. Als je de dokters van de toekomst een goede stage kan geven en kan leren wat er eigenlijk allemaal gebeurt binnen het verpleeghuis en hoe je die kennis breed kan inzetten: dat biedt perspectief voor de toekomst.” Dat de opleiding in Groningen is, is daarom volgens haar een groot voordeel voor het kennis laten maken met en door laten stromen van jonge dokters.

V.l.n.r. Helma Timmer, Veronica van der Pol en Renate Dingenouts

Bescheiden
De drie opleiders zien dat sinds de pandemie het imago van de SO en de communicatie met de collega’s in het ziekenhuis verbeterd zijn. “Er is veel meer wederzijds respect en gelijkwaardigheid”, zegt Helma. Dit heeft volgens Veronica ook te maken met de opstelling van de SO’s zelf. “We voelden het vroeger zelf ook zo, alsof je niet zoveel wist ten opzichte van andere artsen. We werken nu meer samen, met name met de geriaters. Je vult elkaar aan. Ze zijn soms verrast door waar wij mee komen. Wij denken meer multidisciplinair.” Renate: “We onderschatten onszelf, SO’s zijn erg bescheiden. Als beroepsgroep mogen we onszelf echt wat meer op de borst kloppen.”

Wensen voor de toekomst
Het is heel onzeker hoe de ouderenzorg er in de toekomst uit gaat zien, vindt Helma. “Er komt veel op ons af: druk op de zorg, dubbele vergrijzing. Ik hoop en verwacht ook dat de opleiding daarin mee gaat veranderen om dat aan te kunnen.” Veronica: “We gaan het nooit redden als we niet goed samenwerken met de eerste lijn. Hoe gaan we samen met tekorten om?” Volgens Renate ligt de toekomst van het vak buiten het verpleeghuis: “Daar moeten we ook als samenleving over nadenken. We kunnen niet hetzelfde blijven doen met steeds minder mensen, maar voor steeds meer mensen.” “Het is de kunst als opleiding daar een weg in te vinden”, gaat Veronica verder. “Dat wordt een uitdaging. Hoe leer je mensen om buiten het verpleeghuis te denken?”

Opleidersdagen
De lunchpauze loopt op zijn eind en de SO’s gaan verder met het programma. Een mooie dag, vindt Helma. “Door deze dagen heb je meer contact met elkaar als SO’s. Je hoort van anderen hoe het bij hun organisatie gaat, daar leer ik wel van. Dat is echt anders dan hoe het in Amsterdam geweest zou zijn.” Ook Renate, die vanuit Twente komt, beaamt dat. “Toen ik hier voor het eerst kwam, werd ik meteen herkend en verwelkomd. Het was een warm bad van gemoedelijkheid, en ook wel wat stugheid. Maar je mag zijn zoals je bent en je bent welkom.”

Opleiding Ouderengeneeskunde Groningen in 2025

Aantal aios

45

(44 in 2024)

Aantal opleiders

45

(39 in 2024)

Aantal stageopleiders

30

(29 in 2024)

2.4 NHG Kaderopleiding GGZ

De afdeling ELZ verzorgt met veel plezier de tweejarige opleiding tot kaderhuisarts GGZ. Zestien enthousiaste deelnemers zijn gestart, veertien deelnemers zijn het afgelopen jaar geslaagd. Ietje de Vries coördineerde jarenlang de opleiding. Eerst samen met Marian Oud, daarna met Carine den Boer. Samen kijken ze terug en vooruit.

Alle coördinatoren zijn of waren zelf ook kaderhuisarts. Ietje werkte jaren als huisarts in Beetsterzwaag, Carine werkt als huisarts in Hoorn. Terugkijkend op de afgelopen jaren zien de coördinatoren grote veranderingen. “Elke twee jaar wordt de opleiding aangepast aan de actualiteit”, vertelt Ietje. “Deelnemers zijn actiever en intensiever betrokken bij de invulling van de cursusdagen. Ze bereiden zich meer zelf voor, de motivatie blijft enorm. De rol van de POH-GGZ in huisartsenpraktijken is steeds belangrijker geworden; kaderhuisartsen spelen daarin een cruciale rol.

Veranderingen
Lidewij Wind is de opvolger van Ietje. Lidewij is huisarts in Utrecht en kaderarts GGZ bij een zorggroep, ook was ze jarenlang docent. Ook zij ziet veranderingen in het vak. “Toen ik de opleiding deed, bestond de functie van POH-GGZ nog niet. Het is bijzonder om te zien hoe die functie nu is ingebed en wat dat betekent voor onze rol als kaderhuisarts.” Collega-coördinator Carine benadrukt het inhoudelijke aspect: “We proberen steeds meer werkvormen aan te bieden, van podcasts tot expertgesprekken. Daardoor krijgt de opleiding meer verdieping en variatie, en dat maakt het lesgeven rijker.”

Bijzondere mijlpalen
Wanneer de drie coördinatoren wordt gevraagd naar de bijzondere mijlpalen van de opleiding, hebben ze direct drie duidelijke antwoorden klaar. Voor Ietje is de diploma-uitreiking een moment dat altijd blijft hangen. “Je ziet deelnemers binnenkomen met onzekerheid en na twee jaar transformeren tot gelijkwaardige gesprekspartners binnen de zorggroepen. Dat is prachtig om te zien.” Lidewij herinnert zich hoe de opleiding is gegroeid: “Vroeger moest ik drie jaar wachten om aan de opleiding te beginnen. Nu starten groepen elke twee jaar en krijgen we een 8,8 als beoordeling. Het is geweldig om te zien hoe steeds meer collega’s enthousiast worden om deel te nemen.” Carine ziet ook de inhoudelijke betrokkenheid van kaderartsen als mijlpaal: “Ze worden actief betrokken bij beleid en leerbehoeften, daar gaat de opleiding echt van leven.”

Samen leren
Hoe is het om de opleiding te volgen? Dat vragen we aan Christine van der Werf, die afgelopen jaar haar diploma haalde. “Ik heb enorm genoten van de onderwijsdagen waarbij veel inspirerende sprekers kwamen, zoals Jim van Os en Jules Tielens. Daarnaast heb ik veel geleerd over de organisatie van de GGZ en hoe we ons daar als huisartsen toe verhouden. Ik heb mogen samenwerken met psychiaters uit de regio en ik heb mij verder mogen verdiepen in de zorg voor patiënten met aanhoudende lichamelijke klachten.” De opleiding biedt een geweldige kans om met een groep collega’s te sparren en te leren, vindt oud-coördinator Ietje. Carine voegt toe: “De opleiding verrijkt je vak én je leven.”

Diploma-uitreiking 2025 met Christine van der Werf (eerste van links)
Deelnemers 2025-2027