1.1 Onderzoek
Het onderzoek binnen de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde en Langdurige Zorg richt zich op drie thema’s:
- Huisartsgeneeskunde
- Ouderengeneeskunde
- Verloskundige Wetenschap
Binnen deze thema’s hebben we verschillende onderzoeksprogramma’s, zoals oncologie in de eerste lijn, probleemgedrag bij dementie, zorgethiek en FemHealthData.
1.2 Huisartsgeneeskunde

Het jaar 2025 stond in het teken van bestendiging van de vier sterke onderzoeksgroepen die onze vakgroep kent.
- Buik- en bekkenproblematiek
- Oncologie in de eerste lijn
- eHealth
- Diagnostiek
Ook hebben we belangrijke stappen gezet in de intensivering van de samenwerking met andere afdelingen Huisartsgeneeskunde in Nederland, vanuit het Consortium Onderzoek Huisartsgeneeskunde (COH). Onze vakgroep was hierbij een duidelijke aanjager. Zo werkten wij in de afgelopen jaren aan 16 van de 21 namens het COH ingediende projectaanvragen mee. Tien keer was onze vakgroep de hoofdaanvrager en 10 van de 21 projecten werden gehonoreerd.
Onderdeel van die samenwerking is ook het GRIP3-project, dat in september groots werd afgesloten tijdens de NHG-Wetenschapsdag. Een belangrijke spin-off daarvan is het Onderzoekspraktijken Netwerk Huisartsgeneeskunde, dat in 2025 werd ingericht. Dit landelijke netwerk van huisartsenpraktijken verlaagt de drempel om mee te doen aan praktijkgericht, klinisch onderzoek in de eerstelijnszorg. Onze collega Grietje Knol-de Vries coördineert dit netwerk samen met collega’s uit Utrecht en Rotterdam. Wij maakten volop gebruik van onze relatie met de regio en leverden vijf van “onze” praktijken voor dit netwerk.
Proeftuinstudie
Onze collega Henk van der Worp leidde de eerste proeftuinstudie binnen het onderzoekspraktijkennetwerk: een replicatiestudie onder vrouwen met klachten passend bij een blaasontsteking. Rekrutering van deze patiënten bleek eerder lastig. Wat in de studies in Amsterdam en later binnen onze eigen vakgroep anderhalf tot twee jaar duurde, ging binnen het netwerk een stuk voorspoediger: in zo’n zeven weken tijd werden 247 deelnemers gerekruteerd. Samenwerken loont zichtbaar en geeft vertrouwen voor de toekomst.
Oncologie in de eerste lijn
De onderzoeksgroep Oncologie in de eerste lijn onderzoekt hoe huisartsen de beste zorg kunnen leveren aan patiënten met kanker. Mariken Stegmann is huisarts in Uithuizen, universitair docent én maakt als klinisch epidemioloog deel uit van dit team. Zij houdt zich vooral bezig met de onderzoeksrichting: wat kan de huisarts doen om samen met patiënten de beste behandeling te kiezen? “Patiënten worden voor de diagnose verwezen naar het ziekenhuis, maar ze houden natuurlijk wel hun huisarts. Ze praten graag met hen over spannende beslissingen of slecht nieuws. De huisarts is een vertrouwd persoon”, legt Mariken uit. “We onderzoeken hoe we deze rol van de huisarts het beste vorm kunnen geven.”

Daan Brandenbarg, universitair docent en klinisch epidemioloog, is het hoofd van de onderzoeksgroep. Hij houdt zich vooral bezig met de tweede onderzoeksrichting: de rol van de huisarts na de behandeling. “De follow-up wordt nu vooral in het ziekenhuis georganiseerd, maar patiënten lopen in de jaren na de behandeling vaak ook tegen allerlei andere vragen en klachten aan. In ons onderzoek kijken we waar ze tegenaan lopen en hoe we hen ook buiten de muren van het ziekenhuis goed kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld door nazorg en begeleiding beter te organiseren in samenwerking met de huisarts.”
In 2025 kreeg de onderzoeksgroep een subsidie binnen voor een innovatief project over deze follow-ups voor patiënten met kanker. “In dit project is de richtlijn geen vast gegeven, maar een uitgangspunt voor een gesprek over wat bij de patiënt past en waar behoefte aan is. We kijken samen met patiënten welke controles voor hen nuttig en gewenst zijn, welke zorg zij nodig hebben en wie die het beste kan leveren”, legt Mariken uit.
Meer hoogtepunten
Een project dat net is afgerond, ging over leefstijlinterventie door de POH-S. “Onze collega Famke Huizinga heeft hier vier jaar aan gewerkt en is er in 2025 op gepromoveerd. Patiënten gingen er fysiek op vooruit en vonden het fijn dat ze in beeld waren bij de POH en de huisartsenpraktijk”, vertelt Daan, die de co-promotor was.
Een ander hoogtepunt voor de onderzoeksgroep was het binnenhalen van een grote subsidie van ZonMw. Mariken kreeg als eerste huisarts ooit de Clinical Fellowship voor medisch specialisten. “Ik heb de aanvraag gedaan, maar er hebben veel mensen uit de onderzoeksgroep, de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde en Langdurige Zorg en het UMCG meegedacht”, vertelt ze bescheiden. In het project Share to Care gaat Mariken onderzoeken hoe huisartsen en behandelaren (beter) kunnen overleggen en informatie uitwisselen over de context van de patiënt en diens doelen rondom de behandelbeslissing.
Relatie met de regio
In de regio Noordoost-Nederland, waar de onderzoeksgroep zich op richt, zijn de afstanden tot de ziekenhuizen relatief groot. “Ook is hier veel vergrijzing en zijn er relatief meer mensen met kanker. Daardoor speelt zorg voor mensen met en na kanker zich voor een belangrijk deel af in de regio en in de eerste lijn. Ons onderzoek voegt daarom veel toe voor dit gebied”, zegt Daan. De onderzoeksgroep werkt om die reden – naast met huisartsen – ook samen met de paramedici van de regionale oncologiezorgnetwerken.
In 2026
Ook in 2026 werken Daan en Mariken met de rest van het team verder aan onderzoeken over leven met en na kanker, waaronder een project naar mensen die langdurig leven met niet te genezen kanker, en naar langetermijneffecten van borstkanker. Daan en Mariken hopen dat er ook nieuwe onderzoeksvragen vanuit de regio binnenkomen. “Als iemand een idee heeft, een vraag, of graag een project wil doen, kunnen ze contact opnemen.”
Onderzoek huisartsgeneeskunde in 2025
* Inclusief promovendi andere steden, waarbij een van de senioren promotor is.
1.3 Ouderengeneeskunde

De sectie Ouderengeneeskunde kende in 2025 zowel groei als groot verlies. Het was het jaar waarin wij afscheid moesten nemen van Sytse Zuidema, hoofd van de sectie Ouderengeneeskunde en voorzitter van het Universitair Netwerk Ouderenzorg UMCG (UNO-UMCG). Zijn overlijden heeft een diepe indruk achtergelaten, binnen de sectie en ver daarbuiten. Sytse wist onderzoek, praktijk en onderwijs altijd op een bijzondere manier met elkaar te verbinden. Geïnspireerd door zijn gedrevenheid en enthousiasme bleven we werken aan onze opdracht: door onderwijs en onderzoek bijdragen aan betere ouderenzorg, thuis en in het verpleeghuis.
Onderwijs en onderzoek
Een hoogtepunt binnen het onderwijs was het vijfjarig jubileum van de opleiding tot specialist Ouderengeneeskunde. Dit werd gevierd met een inspirerend symposium. Binnen het onderzoek van de sectie startte, in samenwerking met vijf kernpartners, het nieuwe programma DEMTECH. DEMTECH, een afkorting van DEMentie TECHnologie, heeft cofinanciering beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van technologische en innovatieve producten voor thuiswonende ouderen met dementie.
UNO-UMCG
Het UNO-UMCG werd via een site visit geëvalueerd door een externe commissie van ZonMw. De commissie beoordeelde de werkwijze en resultaten van de afgelopen zes jaar. We zijn trots op de waardering voor onze gezamenlijke, praktijkgerichte aanpak van onderzoek. Van de eerste onderzoeksvraag tot de toepassing in de praktijk werken we samen met zorgmedewerkers, cliëntvertegenwoordigers en implementatieadviseurs: een sterke relatie met de regio. Bovendien zag de commissie binnen het thema Zorgtechnologie kansen voor verdere verankering in de dagelijkse praktijk.
De SANO Wetenschapsdag werd afgelopen jaar georganiseerd door het UNO-UMCG. Onderzoekers van de zes samenwerkende academische netwerken ouderenzorg wisselden kennis uit en versterkten de samenwerking rondom het thema De Kracht van Samen.
Onderzoek ouderengeneeskunde in 2025
*inclusief promovendi andere steden, waarbij een van de senioren promotor is
1.4 Verloskundige wetenschap

Een belangrijke ontwikkeling in 2025 was de lancering van FemHealthData, evenals het versterken van internationale samenwerkingen gericht op de vergelijking van verschillende nationale maternale zorgsystemen. Naast de uitvoering van diverse onderzoeksprojecten zijn de onderzoekers van Midwifery Science actief betrokken bij het onderwijs, onder meer binnen de modules van de Master Verloskunde en de bacheloropleiding van de Academie Verloskunde Amsterdam Groningen. Hiermee blijven de collega’s zich inzetten binnen onderwijs, onderzoek en praktijk, en dragen zij blijvend bij aan de verdere ontwikkeling en verbetering van de geboortezorg.
FemHealthData
In de zorg is de man nog vaak de standaard. Hierdoor krijgen vrouwen niet altijd de juiste behandeling of medicatie. Met FemHealthData heeft het UMCG een onderzoeksdata-infrastructuur waarmee meer onderzoek naar vrouwengezondheid mogelijk is. “Zie haar beter, begrijp haar beter en zorg beter voor haar”, zegt initiatiefnemer Lilian Peters, universitair hoofddocent van de vakgroep Verloskundige Wetenschap. Het project is een samenwerking van epidemiologen, onderzoekers, data-managers, data scientisten, huisartsen, verloskundigen en de doelgroep zelf.
FemHealthData omvat de huisartsgegevens van meer dan 108.000 geanonimiseerde patiëntendossiers van vrouwen van 18 tot 55 jaar, waarvan een kwart een bevalling heeft meegemaakt. Dit is de basis waarmee meer onderzoek mogelijk is naar de fysieke, mentale en seksuele gezondheid van vrouwen op de lange termijn. In samenwerking met de andere vakgroepen binnen ELZ, Huisartsgeneeskunde en Ouderengeneeskunde, zijn dan ook meerdere projecten gestart voor onderzoeken over de periode na de zwangerschap, de periode rondom de overgang en op oudere leeftijd.
Data koppelen en analyseren
De kracht van FemHealthData is dat er naast de huisartsgegevens ook cohortdata van bijvoorbeeld Lifelines Vrouwenzaken en input via vragenlijsten over de ervaringen van vrouwen zijn ingebed. “Hiermee hebben we een schat aan informatie beschikbaar om meer kennis op te doen over de zorg voor vrouwen”, zegt Lilian. “Ook omdat we onze data kunnen koppelen aan andere bronnen, zoals bijvoorbeeld gegevens van het CBS over werkverzuim en gezondheidszorgkosten. We beschikken hiermee over data die helpen om beleid, richtlijnen en zorg voor vrouwen beter te onderbouwen.”
De data worden geanalyseerd met zowel conventionele epidemiologische onderzoeksmethoden als met geavanceerde technieken, waaronder machine learning en natural language processing, met name toegepast op huisartsennotities. Het benutten van deze geavanceerde analysemogelijkheden vormt een belangrijke data-gedreven innovatie binnen FemHealthData. De technologische ontwikkelingen op dit gebied gaan snel en vergroten continu de mogelijkheden om patronen te herkennen en zorgbehoeften eerder en beter te signaleren.


Bevindingen vertalen
Een tweede belangrijke innovatie is de manier waarop resultaten worden teruggegeven. In co-creatie met vrouwen, zorgverleners en onderzoekers worden bevindingen vertaald naar begrijpelijke en toepasbare informatie. Door inzichten toegankelijk te maken in heldere taal en concrete handvatten, worden vrouwen ondersteund bij het formuleren van hun zorgvraag en kunnen zorgverleners beter inspelen op behoeften in de praktijk.
Bekijk hier de roadmap van FemHealthData met daarin de plannen voor de toekomst.
Midwives’ professional journeys across countries
Versterken internationale samenwerkingen
Naast de ontwikkeling van FemHealthData is in het afgelopen jaar ook sterk geïnvesteerd in het opbouwen van een internationaal onderzoeksnetwerk rondom de organisatie van maternale zorgsystemen. Dit netwerk maakt deel uit van het bredere project Midwives’ professional journeys across countries, waarin onderzoekers en zorgprofessionals uit België, Australië, Noorwegen, Duitsland, Ierland, Canada en Nederland deelnemen aan een gezamenlijke onderzoeksagenda.
Informatie delen
Tijdens de internationale conferentie in Groningen in november 2025 stonden de rollen, verantwoordelijkheden en professionele context van de verloskundige centraal, met als doel de transparantie en vergelijkbaarheid van geboortezorgsystemen wereldwijd te vergroten. Alle landen leverden een systematische beschrijving aan van hun maternale zorgstructuur, inclusief:
- rollen en verantwoordelijkheden van verloskundigen,
- organisatiestructuren en samenwerking met andere zorgverleners,
- financiering en regelgeving,
- opleidingsroutes en professionele bevoegdheden.
Door deze informatie open toegankelijk te maken via presentaties, persona’s en midwifery journeys wordt een internationaal gedeelde kennisbasis opgebouwd waar zowel onderzoekers, zorgverleners als cliënten van kunnen profiteren.
Tijdens de conferentie werkten deelnemers in internationale subgroepen aan het ontwikkelen van midwife personas en midwifery journeys, begeleid door experts in design-based research. Deze methode helpt om complexe zorgsystemen visueel, begrijpelijk en vergelijkbaar te maken.
Community en publicatie
Het project creëert niet alleen inzicht in verschillen en overeenkomsten, maar vormt ook het startpunt voor een duurzame internationale community van onderzoekers en zorgprofessionals. De gezamenlijke publicatie die volgt uit dit traject zal een eerste mijlpaal vormen in het structureel zichtbaar maken van de variatie in verloskundige zorg wereldwijd.
Onderzoek Verloskundige Wetenschap in 2025
1.5 Promoties
Diverse promovendi van onze afdeling hebben in 2025 hun promotieonderzoek succesvol afgerond. Met hun nieuwe kennis en inzichten leveren zij een waardevolle bijdrage aan de wetenschap én aan de toekomst van de eerstelijns- en langdurige zorg. Op deze pagina vindt u een overzicht van alle promoties van het afgelopen jaar.






