Spring naar inhoud

Netwerken

4.1 Netwerken

Wetenschappelijke kennis en de praktijk komen samen bij het AHON en het UNO-UMCG. Via het academische netwerk AHON heeft de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde en Langdurige Zorg een relatie met huisartsen in Noord-Nederland. Onze sectie Ouderengeneeskunde vormt samen met een groot aantal ouderenzorgorganisaties het UNO-UMCG.

4.2 Academisch Huisarts Ontwikkel Netwerk (AHON)

In 2024 is AHON flink gegroeid, zowel in deelnemende praktijken als in het aantal patiënten in de database. Daarmee kunnen we trends beter volgen, effectiever onderzoek doen en gerichter inspelen op regionale behoeften. De toegenomen data maken het mogelijk om huisartsen praktischer te ondersteunen. Ook is er een belangrijke stap gezet met de toekenning van de subsidie voor de Academische Werkplaats Huisartsgeneeskunde Noordoost-Nederland. 

AHON in 2024

Aantal deelnemende praktijken

313

(301 in 2023)

Aantal praktijken die opleiden

270

(270 in 2023)

Deelname studentenonderwijs

32 praktijken

(32 in 2023)

Deelname aan onderzoek door registratiepraktijken

90

(78 in 2023)

Aantal deelnemende patiënten

600.000

(445.000 in 2023)

Groei registratiepraktijken in Overijssel en Friesland

Dankzij de aansluiting van nieuwe praktijken, met name in Overijssel en Friesland, is de regionale dekking sterk toegenomen. Ook op patiëntniveau is de groei fors. In twee jaar tijd is het totaal aantal patiënten in de database gestegen van ruim 460.000 naar meer dan 600.000. De groep met actieve follow-up nam toe van 306.000 naar ruim 391.000 patiënten. Deze uitbreiding vergroot de statistische kracht van onderzoek en maakt het mogelijk om regionale en landelijke trends scherper te volgen.

Geografische spreiding van de AHON database. Links 1 juli 2022, rechts 1 juli 2024

De toegenomen deelname en uitgebreidere data openen nieuwe deuren voor samenwerking in de regio. Zo biedt AHON steeds meer mogelijkheden voor regionale innovaties, benchmarkrapportages en het meten van effecten van zorginterventies. Door deze ontwikkelingen sluit AHON steeds beter aan bij de regioplannen in onder meer Zwolle en Heerenveen, waar data steeds vaker worden ingezet om samen te bouwen aan toekomstbestendige huisartsenzorg.

Populatie in de database. Links 1 juli 2022, rechts 1 juli 2024. De afbeelding toont het aantal patiënten voor elk referentiejaar met hun jaar van eerste voorkomen in de database, wat hun follow-up illustreert.

Academische Werkplaats Huisartsenzorg Noordoost-Nederland

Jan Schaart

We hebben elkaar nodig

Een van de aanjagers van de Academische Werkplaats Huisartsenzorg Noordoost Nederland (AWHNO) is Jan Schaart, bestuurder bij huisartsenorganisatie Dokter Drenthe. “Met de Academische Werkplaats werken we samen aan toekomstbestendige huisartsenzorg. We hebben in al onze regio’s te maken met een tekort aan huisartsen. We kunnen elkaar niet concurreren, maar hebben elkaar nodig. Ons overkoepelende belang is om voldoende huisartsen voor de toekomst te behouden en de kwaliteit te borgen.” 

De aanleiding voor de Academische Werkplaats was volgens Jan de komst van hoogleraar Nynke Scherpbier. “Voor haar komst hadden we weinig contact met Groningen. We deden amper mee aan onderzoeken van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen. Toen Nynke kwam was dat een mooi moment om de relaties op te schudden. We hebben samen een nieuwe start gemaakt. Met de Academische Werkplaats hebben we een vehikel, de middelen en de structuur, om de samenwerking vorm te geven. Het is heel fijn dat het UMCG het gelukt is dit voor elkaar te krijgen. Er is met de Academische Werkplaats een prettige vorm ontstaan waar ik heel enthousiast over ben.” 

De eerste vruchten van de AWHNO werden al meteen in 2024 geplukt. “We moeten onder andere jonge dokters interesseren voor het vak van huisarts. Daarvoor is het handig om ook werkplekken te hebben voor anios. De tweedelijn biedt veel van die plekken, maar ze zijn er amper in de eerstelijn. Daarom zijn we samen op zoek gegaan naar die plekken”, vertelt Jan. “Drie aniossen vonden het zo leuk in de eerstelijn, ze zijn enthousiaster dan ze verwacht hadden. Ze kwamen erachter dat je als huisarts niet alleen communicatief sterk moet zijn, maar ook echt skills moet hebben. Via de Academische Werkplaats kunnen we meer van dit soort plekken creëren.” 

Jan stopt eind mei 2025 bij Dokter Drenthe. Hij zal daarna nog betrokken blijven bij de AWHNO, maar dan vanuit zijn nieuwe rol als bestuurder bij Medrie. Hij heeft ook al ideeën waar ze bij de Academische Werkplaats de komende tijd mee aan de slag kunnen. “We zijn erg aan het denken hoe we de kwaliteit in de huisartsenzorg anders kunnen meten, met meer accent op een aanspreekcultuur en minder op het zetten van vinkjes. Daar hebben we het UMCG hard bij nodig. Zo zijn er meer thema’s die, naast de kwaliteit van zorg, belangrijk zijn, zoals leiderschap en flexibiliteit, werkplezier en ook de manier van samenwerken in de praktijk en de hagro die sterk kunnen bijdragen aan toekomstbestendige huisartsenzorg. Die thema's helpen allemaal mee om de toekomst met elkaar te borgen.” 

Koppeling AHON en Lifelines

“Dit is van meerwaarde voor preventie, voorspellingen van ziekten en behandeling op maat”

Maarten Homburg

De data van Lifelines met daarin de gegevens van 167.000 bewoners uit Noord-Nederland zijn in 2024 voor het eerst gekoppeld aan de gegevens van 391.000 patiënten uit de AHON-database. Een mooi moment waar door verschillende partijen hard aan is gewerkt. Huisarts in Groningen en promovendus bij ELZ Maarten Homburg stelde de onderzoeksvraag op, data scientist Maarten Brilman hielp bij het maken van de koppeling. Ze kijken terug op een geslaagde samenwerking.

In 2024 is voor het eerst een koppeling tot stand gebracht tussen de Lifelines Cohort Study en de AHON-database. Door de uitvoer van een onderzoek is er een brug geslagen tussen langlopende populatieonderzoeken en patiëntgegevens in de huisartsenzorg. Met behulp van de UMCG Linkage Service en in samenwerking met Lifelines zijn gegevens van 7.500 deelnemers succesvol gekoppeld. Deze eerste koppeling – op basis van AHON-data uit 2019-2021 – is een veelbelovend begin. Met data tot en met 2024, kunnen nog meer onderzoeksvragen worden beantwoord.

Dit project biedt onderzoekers van het UMCG unieke kansen om gezondheidsdata uit verschillende domeinen verantwoord te combineren, met behoud van privacy en met aandacht voor kwaliteit en transparantie. Dankzij deze infrastructuur kan de eerstelijnszorg nog beter onderbouwd en toekomstgericht worden onderzocht. Er is een procedure beschrijving koppeling Lifelines –AHON beschikbaar voor UMCG-onderzoekers.

“Er was al langer een wens voor het tot stand brengen van de koppeling", zegt promovendus Homburg. "Men kon hiermee pas starten als er een goede inhoudelijke onderzoeksvraag werd gesteld. Die konden we bieden, wij wilden namelijk weten hoe het gaat met mensen een jaar na de diagnose longcovid. Samen met mijn copromoter en projectleider Lilian Peters heb ik deze onderzoeksvraag geschreven.”

Maarten Brilman

Variabelen selecteren
Een van de data scientists was Maarten Brilman. “Binnen AHON ondersteun ik onderzoekers met analyses en werk ik bijvoorbeeld aan code om makkelijker met de AHON-database te kunnen werken”, vertelt Brilman. “Voor deze koppeling heb ik, in overleg met Maarten en Lilian, eerst een selectie gemaakt van de variabelen die we nodig hadden van Lifelines. Ik heb dus het voorwerk gedaan voor de koppeling. ”De privacy van patiënten bleef ook bij deze koppeling goed gewaarborgd.“ Alle patiënten zijn gepseudonimeerd. Ik kreeg na de koppeling alle pseudoniemen uit de databases en heb de sets aan elkaar geknoopt. Vervolgens heb ik de analyse voor dit project gedaan.”

Promovendus Homburg: “De ervaring die we hebben opgedaan door middel van deze onderzoeksvraag nemen we mee bij volgende studie-aanvragen waarin zowel AHON- als Lifelines-gegevens nodig zijn. Hierdoor hebben we beter inzicht in de te verwachten grootte van de onderzoeksgroep, waardoor de haalbaarheid van de onderzoeksvragen beter is in te schatten.”

Grote meerwaarde
“We zijn blij dat we dit project hebben gedraaid. We weten nu hoe we het moeten doen, hoe alles juridisch, ethisch en technisch goed is geregeld met contracten, toegang en verantwoordelijkheid. Dit duurde allemaal maanden, dus dat laat wel zien hoe complex en uitdagend de koppeling maken was”, zegt Homburg. “De koppeling is voor mij en andere onderzoekers van grote meerwaarde. We kunnen hiermee het hele spectrum van gezondheid bekijken, huisartsdata én zelfgerapporteerde data. We kunnen nu onderzoeken hoe leefstijl en gedrag interacteren met de daadwerkelijke zorgvraag. Dat is van meerwaarde voor preventie, voorspellingen van ziekten en behandeling op maat.”

Verbeteren huisartsenzorg
Homburg hoopt over een half jaar te promoveren. Zijn promotieonderzoek richt zich op het verbeteren van de huisartsenzorg door gebruik te maken van kunstmatige intelligentie (AI) en geavanceerde taalmodellen. Door medische informatie uit huisartsenpraktijken op deze innovatieve manieren te analyseren, kunnen huisartsen naar verwachting sneller en beter inspelen op nieuwe uitdagingen en daarmee de kwaliteit van de zorg in de toekomst verhogen.

Maarten Brilman is bezig met een soortgelijk project. Hij werkt aan taalmodellen die SOEP-verslagen van huisartsen automatisch kunnen indelen in categorieën. “We kunnen hierdoor de verslagen bijvoorbeeld scannen op complicaties bij zwangere vrouwen, waardoor we snel kunnen zien over welke soort complicaties er allemaal wordt gesproken. Dat is leuk werken.” Waar de onderzoekers en data scientists ook aan werken, verbinden, ontwikkelen en verbeteren blijft de rode draad. “Naast de samenwerking met AHON en Lifelines, heb ik met de AI-projecten heel erg interdisciplinair samengewerkt. Meer dan ooit”, zegt Homburg. “We kunnen hierdoor proactiever handelen in plaats van reactief.”

4.3 UNO-UMCG​

Een jubileumjaar én een jaar vol verandering. In 2024 vierden we het tienjarig bestaan van het Universitair Netwerk Ouderenzorg UMCG (UNO-UMCG) met het symposium ‘De Tien van het UNO-UMCG’. Het was ook een jaar van verandering in onze werkwijze.

Het Universitair Netwerk Ouderenzorg UMCG is het samenwerkingsverband van het UMCG en negentien ouderenzorgorganisaties in Noord- en Oost-Nederland en bestaat al sinds 2014. Binnen het UNO-UMCG werken praktijk en wetenschap samen aan betere zorg voor ouderen door middel van onderzoek, kennisdeling en implementatie.

UNO-UMCG in 2024

Aantal aangesloten zorgorganisaties

19

(20 in 2023)

Aantal bewoners in verpleeghuizen

55.000

(55.000 in 2023)

Aantal  aandachtsgebieden

4

(5 kennisthema's in 2023)

Nieuwe werkwijze

Centraal in de samenwerking stonden vijf themagroepen verbonden aan vijf kennisthema’s. Na een interne evaluatie en afstemming met alle partijen werd in 2024 een nieuwe werkwijze ingevoerd. Binnen deze nieuwe werkwijzen worden organisaties breder geïnformeerd en de mogelijkheid geboden om aan meer onderzoeken deel te nemen. Onderzoekers kunnen gerichter expertise betrekken en deze op het juiste moment inzetten. Vakgenoten kunnen tijdens fysieke bijeenkomsten persoonlijk met elkaar sparren en elkaar inspireren.

Vier aandachtsgebieden
De vijf kennisthema’s maakten plaats voor vier aandachtsgebieden, die beter aansluiten bij ontwikkelingen in de zorg en kansen voor onderzoeksubsidies:

  • Psychosociale innovaties
  • Medicatieveiligheid
  • Zorgethiek
  • Zorgtechnologie

Daarnaast verbreden we onze blik naar de extramurale zorg in verband met de huidige transitie in de ouderenzorg.

UNO-dagen
De bijeenkomsten van de vijf themagroepen zijn vervangen door tweejaarlijkse UNO-dagen. Praktijkvertegenwoordigers, implementatieadviseurs en onderzoekers ontmoeten elkaar tijdens deze UNO-dagen. Daarmee vormen deze dagen en de deelnemers eraan als het ware het kloppend hart van ons netwerk. Tussendoor is er een klankbordgroep, die per e-mail of in onlinebijeenkomsten kan worden geraadpleegd. Daarnaast sluiten contactpersonen van wetenschaps- of onderzoekscommissies vanaf 2024 aan bij een gedeelte van het jaarlijkse bestuurdersoverleg. Wat ongewijzigd bleef, zijn de jaarlijkse bestuurdersevaluaties en de bijeenkomsten en raadplegingen van het cliëntenpanel.

Onderzoeken

In 2024 deden we met UNO-UMCG onder andere onderzoek naar

Het laatstgenoemde onderzoek is, na toekenning van subsidie door ZonMw, in 2024 gestart in samenwerking met vijf aangesloten zorgorganisaties. Het onderwerp, dubbele medicatie in de verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT-sector), werd eerder dat jaar ook uitgelicht op het jubileumsymposium ‘De Tien van het UNO-UMCG’. Lees meer over de sessie in het artikel ‘Dubbele medicatiecontrole: moet niet, mag wel’ hieronder.

Jubileumsymposium UNO-UMCG

Dubbele medicatiecontrole: moet niet, mag wel

Zorgmedewerkers in verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT-sector) voeren dagelijks dubbele medicatiecontroles uit volgens de handreiking ‘veilige principes in de medicatieketen’. Maar de dubbele medicatiecontrole is geen door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) opgelegde verplichting. Dat bleek tijdens de sessie ‘Dubbele medicatiecontrole: van moeten naar mogen?’ op het symposium De Tien van het UNO-UMCG. Naar de meerwaarde van een dubbele medicatiecontrole is nauwelijks onderzoek gedaan, vertelt senior onderzoeker Esther de Haas van het UNO-UMCG. “Daarmee is er dus ook geen bewijs dat de dubbele medicatiecontrole zorgt voor een belangrijke afname in medicatiefouten. Onduidelijk is ook of een eventuele afname in fouten opweegt tegen wat een dubbele controle kost in tijd en middelen. We weten het simpelweg niet.”

Het UNO-UMCG pakt dit nu op met het onderzoek ‘Dubbele medicatiecontrole: veilig van moeten naar mogen’. Aanleiding hiervoor was het besluit van zorgorganisatie Carintreggeland in 2021 om te stoppen met de dubbele medicatiecontrole. Emmely Hoek, zorgmanager bij zorgorganisatie Carintreggeland: “De dubbele controle komt uit een handreiking. En: van een handreiking mag je afwijken. Dat is wel heel spannend, want het hele land doet de dubbelcheck. De grote vraag was dan ook eerst: durven wij hier als organisatie van af te wijken?” 

Lees meer over het afschaffen van de dubbele medicatiecontrole en de reacties hierop tijdens het jubileumsymposium op de website van het UNO-UMCG