Spring naar inhoud

Onderzoek

1.1 Onderzoek

Het onderzoek binnen de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde en Langdurige Zorg richt zich op drie thema’s:

  • Huisartsgeneeskunde
  • Ouderengeneeskunde
  • Verloskundige Wetenschap

Binnen deze thema’s hebben we verschillende onderzoeksprogramma’s, bijvoorbeeld over probleemgedrag bij dementie en diagnostiek bij kinderen in de huisartsenpraktijk.

1.2 Huisartsgeneeskunde

In 2024 hebben we als vakgroep mooie stappen gezet met onderzoek dat direct bijdraagt aan de praktijk. We verbinden wetenschap met de dagelijkse zorg, ontwikkelen nieuwe inzichten en verbeteren samen met collega’s, patiënten en partners de manier waarop we zorg verlenen.De oratie van hoofd onderzoek Marco Blanker onderstreepte het belang van verandering om de eerstelijnszorg toegankelijk en toekomstbestendig te houden. Zijn pleidooi sluit naadloos aan bij onze gezamenlijke inzet om diagnostiek doelmatiger te maken en huisartsenzorg slimmer te organiseren. In dat kader zijn we trots op de promoties van Guus Blok, Anouk Weghorst, Françoise Notenboom-Nas en Sophie Ansems én op het nieuwe onderzoeksteam onder leiding van Gea Holtman, dat zich richt op diagnostiek bij kinderen. 

Onderzoek huisartsgeneeskunde in 2024

Publicaties

53

(52 in 2023)

Promoties

4

(3 in 2023)

Promovendi*

32

(31 in 2023)

* Inclusief promovendi andere steden, waarbij een van de senioren promotor is.

Oratie Marco Blanker: Zoveel mogelijk niets doen

Op 13 september 2024 sprak prof. dr. Marco Blanker zijn oratie uit aan de Rijksuniversiteit Groningen, bij zijn benoeming tot hoogleraar onderzoek huisartsgeneeskunde - in het bijzonder gericht op duurzame toegankelijkheid van de eerstelijnszorg.
In zijn rede, met de prikkelende titel ‘Zoveel mogelijk niets doen’, hield hij een helder en betrokken pleidooi voor verandering in de zorg. Niet omdat alles anders moet, maar omdat we samen verantwoordelijk zijn voor een huisartsenzorg die ook in de toekomst toegankelijk én werkbaar blijft. 

Promoties

Op 19 februari 2024 is Guus Blok gepromoveerd op zijn onderzoek naar blindedarmontsteking bij kinderen in de eerstelijnsgezondheidszorg
Op 5 juni 2025 is Anouk Weghorst cum laude gepromoveerd op haar onderzoek naar het optimaliseren van de behandeling van kinderen met acute gastro-enteritis: thuis en in de eerste lijn
Op 13 november 2024 is Françoise Notenboom gepromoveerd op haar onderzoek naar bekkenbodemklachten bij mannen en vrouwen
Op 15 november 2024 is Sophie Ansems gepromoveerd op haar onderzoek naar kinderen met chronische buikklachten in de huisartsenpraktijk

Nieuwe onderzoeken

Focus op diagnostiek bij kinderen in de huisartsenpraktijk

Onder leiding van Gea Holtman is in 2024 een nieuwe onderzoeksgroep gevormd, met als doelstelling de diagnostische waarde en doelmatigheid van diagnostiek in de huisartsenpraktijk te optimaliseren. De focus ligt hierbij op kinderen. Onze onderzoeken dragen bij aan een juiste indicatie, interpretatie en communicatie van diagnostische testen, waardoor onder andere patiënten efficiënter worden verwezen. Dit sluit goed aan bij de leerstoel van Marco Blanker, aangezien we verwachten dat doelmatige diagnostiek de toegang tot zorg kan verbeteren en daarmee kan bijdragen aan betere uitkomsten voor patiënten.

Binnen deze onderzoeksgroep worden zowel klinische als methodologische onderzoeken en promotietrajecten uitgevoerd. We werken daarbij nauw samen met huisartsen, patiëntvertegenwoordigers, kinderartsen, statistici en klinisch epidemiologen, die met hun kennis, creativiteit en inzichten bijdragen aan het succesvol uitvoeren van projecten en impact in de dagelijkse praktijk. In 2024 zijn binnen onze groep drie promovendi gepromoveerd: Guus Blok, Anouk Weghorst en Sophie Ansems. Daarnaast zijn drie nieuwe onderzoekers gestart, van wie we hun project hieronder kort beschrijven.

v.l.n.r. Iris Baars, Gea Holtman, Boudewijn Dierick, Esmee Hogervorst

DREAM-studie: slimmer testen bij aanhoudende moeheid

Iris Baars is postdoc-onderzoeker binnen de DREAM-studie, waarin we verschillende teststrategieën voor bloedonderzoek bij kinderen met aanhoudende moeheid in de huisartsenpraktijk onderzoeken. Dit doen we met zowel kwantitatief als kwalitatief onderzoek. We gebruiken AHON en FaMe-net registratiedata van huisartsen om de huidige zorg in kaart te brengen. Naast interviews over de verwachtingen, voorkeuren en ervaringen van kinderen, ouders en huisartsen, ontwikkelen we beslisbomen om te bepalen welke teststrategieën potentieel kosteneffectief zijn. Op dit moment zijn we bezig met het aanvragen van een subsidie waarmee Iris onderzoek kan doen aan de Universiteit van Oxford om de teststrategieën te vergelijken tussen Nederland en Engeland, en zo verdere aanknopingspunten te vinden voor het verbeteren van de diagnostiek bij kinderen met moeheid in de huisartsenpraktijk.

Spiegelinformatie voor huisartsen: inzicht geeft richting

Huisarts Boudewijn Dierick is als postdoc begonnen met het in kaart brengen van de huidige stand van routinematige diagnostiek, waaronder die van cardiovasculair risicomanagement (CVRM) en nierinsufficiëntie. Het doel is om in samenwerking met AHON een methodiek te ontwikkelen voor een efficiënte, generieke en accurate oplevering van spiegelinformatie voor huisartsenpraktijken in de regio. Door inzicht te krijgen in de aangevraagde diagnostiek en door het geven van deze spiegelinformatie, is de verwachting dat de doelmatigheid van de diagnostiek door de huisarts verbeterd kan worden.

ISAAK-studie: betere verwijzingen bij acute buikpijn

Esmee Hogervorst is aioto op de ISAAK-studie, waarin we met een praktijk-gerandomiseerde studie onderzoeken of het gebruik van een beslisregel voor appendicitis helpt bij het efficiënter verwijzen van kinderen met acute buikpijn. Door minder kinderen zonder appendicitis te verwijzen, zonder dat we kinderen met appendicitis missen, verwachten we dat patiëntuitkomsten en de tevredenheid van zowel de patiënt als de huisarts zal verbeteren en dat angst, zorgen en kosten zullen afnemen. De beslisregel was ontwikkeld door Guus Blok en we hebben ZonMw subsidie gekregen om de ISAAK-studie uit te voeren.

Een van de mooiste dingen aan mijn onderzoek vind ik de samenwerking met de andere UMC’s. We doen het echt als team en daardoor kunnen we meer bereiken.

Aan deze studie zullen 566 kinderen en 150 huisartspraktijken deelnemen. De helft van de praktijken gebruikt de beslisregel met een CRP point-of-care test bij de midden risicogroep, de andere helft niet. Dit onderzoek is onderdeel van Consortium Onderzoek Huisartsgeneeskunde, waarin we voortvarend samenwerken met het UMCU en LUMC. Dankzij deze samenwerking hebben we binnen enkele maanden al 85 enthousiaste huisartspraktijken geïncludeerd.

De samenwerking van het Consortium Onderzoek Huisartsgeneeskunde binnen ISAAK verloopt zoals we dat graag met elkaar voor ons zien, namelijk samen en in vertrouwen met elkaar werken aan het verbeteren van de huisartsgeneeskundige zorg van de toekomst.

Toekomstplannen: diagnostiek versnellen én verbeteren

De komende jaren willen we ons richten op het evalueren van onder andere point-of-care ultrasound en coeliakie diagnostiek. Hierbij kijken we naast de diagnostische waarde en kosteneffectiviteit ook naar hoe we de testen goed kunnen implementeren in de dagelijkse huisartsenpraktijk. Ook willen we methoden ontwikkelen hoe we het evaluatieproces van testen in de huisartsenpraktijk kunnen versnellen. Dit zal allemaal bijdragen aan accurate en doelmatige diagnostiek, die van groot belang is voor de verbetering van diagnostische processen in de huisartsenpraktijk en kunnen bijdragen aan betere patiëntenzorg, kostenbesparing en minder werkdruk voor huisartsen.

1.3 Ouderengeneeskunde

Als sectie onderzoek ouderengeneeskunde doen we onderzoek om de kwaliteit van de langdurige ouderenzorg te verbeteren, voor zowel cliënten thuis als in het verpleeghuis. In 2024 maakten de vijf kennisthema’s plaatst voor vier aandachtsgebieden, en vierden we het tienjarig bestaan van Universitair Netwerk Ouderengeneeskunde UMCG (UNO-UMCG) en de promoties van vier collega’s. 

Onderzoek ouderengeneeskunde in 2024

Publicaties

29

(14 in 2023)

Promoties

4

(2 in 2023: 2e promotor)

Promovendi*

19

(19 in 2023)

*inclusief promovendi andere steden, waarbij een van de senioren promotor is

Promoties

Op 8 januari 2024 is Jiamin Du gepromoveerd op haar onderzoek naar patronen in het voorschrijven van psychofarmaca bij ouderen met dementie.
Op 9 september 2024 is Naomi Rasing gepromoveerd op haar onderzoek naar muziekinterventies voor verpleeghuisbewoners met dementie.
Op 9 september 2024 is Nina Hovenga gepromoveerd op haar onderzoek naar morele dimensies van familiebetrokkenheid in het verpleeghuis.
Op 27 november 2024 is Claudia Groot Kormelinck gepromoveerd op haar onderzoek naar de behandeling van ouderen met probleemgedrag en dementie in verpleeghuizen.

Vier aandachtsgebieden

De aandachtsgebieden waar het UNO-UMCG zich op richt zijn: psychosociale innovaties, medicatieveiligheid, zorgethiek en zorgtechnologie. In het onderzoek werken we nauw samen met zorgverleners, behandelaren en een panel van cliëntvertegenwoordigers. Dit doen we met 19 ouderenzorgorganisaties in Noord- en Oost-Nederland.

Lustrum UNO-UMCG

UNO-UMCG vierde haar tienjarig bestaan met het symposium 'De Tien van het UNO-UMCG'. Lees hier meer over dit symposium en het UNO-UMCG.

Nationale en internationale consortia

Als sectie onderzoek ouderengeneeskunde maken we ook deel uit van een aantal nationale en internationale consortia:

  • Het nationaal consortium over psychosociale interventies en kwaliteit van leven bij dementie, SPREAD+
  • Het nationaal consortium over verhuizingen binnen de langdurige zorg, RELOCARE
  • Het Europees consortium over de effectiviteit van muziektherapie bij dementie, MIDDEL.
     

Onderzoek

Het onderzoek oudergeneeskunde ging in 2024 onder meer over:

1.4 Verloskundige wetenschap

2024 was een jaar van mooie mijlpalen binnen de sectie Verloskundige Wetenschap. Van de oratie van Ank de Jonge over het belang van goede relaties in de geboortezorg, tot de benoeming van Esther Feijen-de Jong tot universitair hoofddocent en de promotie van Stella Weiland. Ook de start van de nieuwe Master Verloskunde laat zien hoe onderwijs, onderzoek en praktijk samenkomen – met collega’s uit onze sectie in een actieve rol. Zo blijven we werken aan goede geboortezorg.

Onderzoek Verloskundige Wetenschap in 2024

Publicaties

55

(20 in 2023)

Promoties

2

(1 in 2023)

Promovendi

12

(10 in 2023)

Postdocs

2

(5 in 2023)

Oratie Ank de Jonge: Bekend maakt bemind

Prof. dr. Ank de Jonge hield op 14 juni 2024 haar oratie bij de Rijksuniversiteit Groningen, waar zij werd benoemd tot hoogleraar Verloskundige Wetenschap – naast haar bestaande leerstoel in Amsterdam. In een inspirerende rede, getiteld ‘Bekend maakt bemind: Het belang van goede relaties in de geboortezorg’, benadrukte zij het grote belang van goede, gelijkwaardige relaties binnen de geboortezorg. Niet alleen tussen zorgverleners en zwangeren, maar vooral ook tussen zorgverleners onderling.

Promoties

Op 10 juni 2024 is Stella Weiland gepromoveerd op haar onderzoek naar de ondersteuning van zwangere vrouwen bij het stoppen met roken.
Esther Feijen-de Jong

Esther Feijen-de Jong benoemd tot universitair hoofddocent

Esther Feijen-de Jong is per 1 januari 2024 benoemd tot universitair hoofddocent. Esther zet zich in voor het verbeteren van de toegankelijkheid van de geboortezorg voor zwangeren en vrouwen die recent bevallen zijn. Speciale aandacht is er voor vrouwen in kwetsbare omstandigheden, met name in Noord-Nederland. Daarnaast werkt ze aan de duurzame inzetbaarheid van verloskundigen.

"Mijn benoeming als universitair hoofddocent bij onze vakgroep voelt als een prachtige erkenning van al het harde werk dat wij als team hebben verricht. Het geeft me ook de kans om mijn passie voor de verloskundige wetenschap verder uit te dragen, anderen te inspireren en op te leiden, en zo bij te dragen aan een toekomst waarin verloskundige zorg blijft profiteren van de nieuwste wetenschappelijke inzichten," aldus Esther.

Nieuwe Master Verloskunde

De gezondheidszorg in Nederland verandert en dit is ook van invloed op de geboortezorg. De geboortezorg in Nederland evolueert van een systeem met duidelijke grenzen tussen eerste- en tweedelijnszorg naar een organisatie waarin interprofessioneel wordt samengewerkt tussen verschillende disciplines. De landelijke Master Verloskunde is ontwikkeld om verloskundigen toe te rusten voor hun veranderende rol in de geboortezorg. De opleiding, gestart in september 2023, wordt aangeboden door de drie verloskunde academies in Nederland  en de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV). 

v.l.n.r. Esther Feijen-de Jong en Lilian Peters

Ook de afdeling ELZ is betrokken bij deze nieuwe master. Sinds eind 2024 coördineert Esther Feijen-de Jong de module ‘Organiseren, managen en ondernemen’, en Lilian Peters verzorgt de module ‘Verdiepende onderzoeksvaardigheden’.

In de module van Esther krijgen verloskundigen kennis over verschillende aspecten van organiseren, managen en ondernemen. Ze leren deze kennis toe te passen op een vraagstuk, probleem of uitdaging dat gerelateerd is aan de organisatie van de geboortezorg in hun eigen (gewenste) werkomgeving. Samen met de direct betrokkenen analyseren ze het vraagstuk en presenteren ze een mogelijke oplossing (het prototype). Hierbij worden de principes van Design Based Learning toegepast.

In de module ‘Verdiepende Onderzoeksvaardigheden’ krijgen de verloskundigen meer kennis over de methodologie van kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden. Tevens worden de wet- en regelgeving en kennisvalorisatie van wetenschappelijke onderzoeksresultaten naar het werkveld en algemeen publiek bediscussieerd.

Direct toepasbaar in de praktijk
De master sluit nauw aan op actuele thema’s in de geboortezorg en de praktijk van de verloskundige. Door de interprofessionele samenwerking en de verbinding tussen het medische en sociale domein, kunnen verloskundigen het geleerde direct toepassen in hun dagelijkse praktijk. 

“Onderwijs verzorgen is uitdagend en geeft veel voldoening, aldus Esther en Lilian. “Het biedt ook waardevolle informatie die direct kan worden gebruikt in onderzoek. Vooral in de master, waar veel studenten al jaren in de praktijk werken, is het een uitdaging om hen een beetje weg te trekken van de praktijk. We willen ze leren met een andere bril naar hun werk te kijken. Door hen nieuwe kennis en methoden aan te reiken, kunnen ze praktijkvraagstukken methodisch aanpakken en hun professionele ontwikkeling verder stimuleren.”