
Obstetrie
De afdeling Verloskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen levert zowel eerste-, tweede- als derdelijns geboortezorg aan zwangeren, moeders en pasgeborenen. Het is een academisch expertisecentrum voor hoog risico zwangerschappen met complexe maternale en/of foetale problematiek en geavanceerde prenatale diagnostiek. De zorg wordt geleverd binnen een integrale keten, in nauwe samenwerking met regionale partners binnen het Verloskundig Samenwerkingsverband Stad en Ommeland.
Zorgorganisatie en -profiel
De verloskundige zorg binnen het UMCG is georganiseerd rondom klinische, poliklinische en acute zorgprocessen. De verloskundige zorg betreft zowel de tweede- als de derdelijnszorg. Voor zwangerschappen met een hoog risico zijn poli’s ingericht die de volgende onderwerpen coveren:
Foetaal:
- Monochoriale gemelli
- Vroeggeboorte vóór 32 weken
- Foetale groei restrictie en placenta-gerelateerde pathologie
- Complexe aangeboren afwijkingen (PND)
- Foetale cardiale afwijkingen
- Foetale neurologische afwijkingen
- Foetale nefrogene afwijkingen
Maternaal:
- Ernstige hypertensieve aandoeningen
- Hartafwijkingen en ritmestoornissen
- Maligniteiten
- Immunologische afwijkingen
- Nierafwijkingen en nierziekten
- Na transplantatie
- Mentale problematiek (POP)
- Irritable bowel disease (IBD)
De klinische zorg wordt ondersteund met continue beschikbaarheid van het operatiecomplex en intensieve samenwerking met de afdelingen Neonatologie, Klinische Genetica, Interne Geneeskunde, (Kinder)cardiologie, Kinderchirurgie, kindernefrologen en kinderneurologen en andere academische disciplines.
Prenatale diagnostiek
De prenatale diagnostiek omvat zowel geavanceerd ultrageluid onderzoek (GUO-1 en GUO-2) als invasieve prenatale diagnostiek en niet-invasieve prenatale screening.
Er zijn verschillende echoscopische spreekuren met de bovengenoemde aanpalende specialisten, waarbij ouders vanuit de verschillende disciplines worden gecounseld ten aanzien van de foetale afwijking, de mogelijkheid tot aanvullende diagnostiek en de prognose.
Naast de patiëntenzorg wordt er geparticipeerd in verschillende eigen en consortium onderzoeken zoals de CRUCIAL trial, CORAL trial, FIT trial en STRAIN studie.
Regionale samenwerking
Het UMCG vervult een centrale rol binnen het Verloskundig Samenwerkingsverband Stad en Ommeland. Binnen dit samenwerkingsverband werken eerstelijns verloskundigen, kraamzorgorganisaties, gynaecologen en kinderartsen samen aan kwalitatief hoogwaardige en toegankelijke geboortezorg. Gezamenlijke zorgpaden, multidisciplinaire overleggen en structurele kwaliteitsbesprekingen vormen de basis van deze samenwerking. Het UMCG fungeert hierbij als secundair en tertiair verwijscentrum voor Noord-Nederland.
Kwaliteit en innovatie
De afdeling participeert actief in landelijke kwaliteitsregistraties. In de verslagperiode lag de focus op verbetering van datakwaliteit, implementatie van integrale geboortezorg indicatoren en verdere ontwikkeling van patiëntgerichte uitkomstmaten. In het regioteam van de perinatale audit speelt de sectie verloskunde een belangrijke rol in de vorm van vicevoorzitter van het regionale auditteam. Ook zijn alle stafleden als extern expert aanwezig bij regionale audits.
Er is actieve deelname aan de Commissie Calamiteiten Patiëntenzorg in het UMCG waarbij meldingen van zorgcalamiteiten worden beoordeeld volgens de maatstaven van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Daarnaast wordt regelmatig de voorzittersrol vervuld bij eindbesprekingen van PRISMA rapportages en worden PRISMA onderzoeken uitgevoerd.
Onderzoek
Wetenschappelijk onderzoek wordt verricht onder andere in het kader van consortium 2.0 van de NVOG en richt zich onder andere op vroeggeboorte, placenta-pathologie en innovatie binnen de prenatale diagnostiek. Er was deelname aan de APOSTEL 8 studie, DRIGITAT studie, CEPRA studie, PRERISK, SAFE@HOME en daarnaast ook aan lokale initiatieven zoals LifelinesNEXT, de PROMIS studie en de Delivr studie.
Binnen de verloskunde zijn er twee klinische onderzoekslijnen met gynaecologen als hoofdonderzoeker. De eerste onderzoekslijn heeft als onderwerp placenta pathologie en foetale groeirestrictie (http://tekleinebaby.nl). De DRIGITAT en CEPRA studie die binnen deze lijn worden uitgevoerd zijn beide ZonMw gefinancierde landelijke randomised controlled trials. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan met onder andere koppeling van databases zoals PERINED en Palga en is er een onderzoeksproject dat kijkt naar een mogelijke correlatie tussen placenta pathologie, ruggenprik en spoedbevallingen met verdenking foetale nood.
De andere onderzoekslijn behelst de immunologie in de zwangerschap (https://umcgresearch.org/w/inflammation-pregnancy-and-development). Binnen deze onderzoekslijn proberen we te begrijpen hoe en waarom immunologische mechanismen veranderen in een zwangerschap en hoe dit samenhangt met de uitkomst van zwangerschappen. Hierbij zijn de ontwikkeling van het immuunsysteem en de neurologische ontwikkeling van het kindje een focus. De onderzoekslijn is ingebed binnen het onderzoeksinstitute MoHAD (Mechanisms of Health, Ageing and Disease) en sluit aan bij verschillende preklinische onderzoeksgroepen.
Een van de AIOS werkzaam binnen de verloskunde kreeg een Mandema beurs toegekend, een prachtige erkenning van haar kwaliteiten!
Personeel
De verloskundige zorg binnen het UMCG wordt geleverd door een multidisciplinair team van gynaecologen-perinatologen, fellows perinatologie, klinisch verloskundigen, medisch maatschappelijk werk, verpleegkundigen, zorgassistenten en overig zorgpersoneel.
Gynaecologen en perinatologen die in de periode 2022–2024 klinisch actief waren binnen de verloskunde zijn Jan Jaap Erwich, Krystyna Sollie, Leonie Duin, Maureen Franssen, Sanne Gordijn, Marloes Holswilder-Olde Scholtenhuis, Mariëtte Groenewout, Melanie van Os, Ayten Elvan, Jelmer Prins en Silvia Spinnato.
Binnen het fellowship perinatologie waren in deze periode onder andere Selina Posthuma, Hannelore Delagrange, Carolien Abheiden en Mariëtte van Straten-Leeuwerke werkzaam.
Het team klinisch verloskundigen bestond uit een vaste groep zorgverleners die zowel klinisch als poliklinisch betrokken waren bij zowel de zorg voor hoog risico zwangerschappen als zwangerschappen met beperkt risico. Een deel van de klinisch verloskundigen doet de opleiding voor physician assistant (PA).
De Chef de Clinique functie van de afdeling Obstetrie en Gynaecologie wordt sinds jaar en dag met succes vanuit de verloskunde ingericht. De dagelijkse operationele zaken worden vanuit deze functie gecoördineerd.
Onderwijs en opleiding
Als academisch centrum draagt de afdeling Obstetrie en Gynaecologie bij aan de opleiding van artsen, verloskundigen en verpleegkundigen. Coassistenten, arts-assistenten en fellows worden opgeleid binnen een hoog complexe klinische setting, waarbij onderwijs, onderzoek en patiëntenzorg nauw met elkaar verweven zijn.
Voor de opleiding tot arts participeren wij als afdeling zowel in het bacheloronderwijs als in het masteronderwijs:
Bachelor studenten geneeskunde (G2020)
De sectie Obstetrie vervult de volgende onderwijsrollen in de bacheloropleiding Geneeskunde:
- Course director, bachelor jaar 2, semester 2 OWE2.5 (mw. dr. M.A. van Os)
- Coaches jaar 2, Learning Community Intramurale Zorg
- Begeleiding bachelorprojecten
- Facultaire begeleiders en docent profileringsonderwijs, toetsvragen maken
- Docenten bachelor colleges
Master M1 coschap O&G
Het coschap O&G is een onderdeel van het curriculum G2020, blok Levenscyclus van het eerste jaar van de masteropleiding Geneeskunde. Kort samengevat bestaat het coschap uit vier weken obstetrie en gynaecologie waarbij de student in aanraking komt met alle secties binnen de afdeling.
Er zijn verschillende mogelijkheden voor een coschap of stage op de afdeling obstetrie:
- Reguliere coschappen. Coassistenten worden begeleid door verloskundigen, gynaecologen in opleiding en stafleden
- Semi-arts stage obstetrie, waarbij begeleiding wordt geboden door gynaecologen in opleiding, verloskundigen en stafleden
- Stage wetenschap of klinische jaaropdracht die door stafleden worden begeleid
Opleiding tot gynaecoloog
Voor gynaecologen in opleiding vinden stages plaats op de afdeling obstetrie waarin de AIOS door stafleden obstetrie worden begeleid en waarbij voortgangsgesprekken plaatsvinden.
Daarnaast zijn er tevens verschillende onderwijsmomenten die georganiseerd worden door de AIOS waaraan de stafleden obstetrie deelnemen:
- Wekelijks AIOS onderwijs
- Regionaal en centraal georganiseerd onderwijs: Clusteronderwijs, LOD
Subspecialisatie perinatologie
Begeleiding van fellows in de klinische praktijk door stafleden obstetrie met voortgang en beoordelingsgesprekken.
Onderwijs activiteiten buitenshuis
Ook buiten de geneeskunde opleiding draagt de afdeling actief bij aan onderwijs. De volgende rollen werden vervuld:
- De obstetrische staf werkt samen met de Academie Verloskunde Amsterdam en Groningen (AVAG) in de opleiding tot verloskundige
- Docent opleiding (obstetrie) verpleegkunde
- Opleiding phycisian assistants
Docentprofessionalisering
Vier stafleden hebben een basiskwalificatie onderwijs behaald, momenteel volgt mw. dr. M.A. van Os de cursus BKO.
Multidisciplinaire trainingen
Er vinden op regelmatige basis multidisciplinaire trainingen in de acute verloskunde plaats:
- Wekelijks skills en drills met de verpleging
- Maandelijks teamtraining, waarin ook de eerste lijn kan participeren
- Om het jaar een training acute verloskunde voor alle dienstdoende gynaecologen
Er is deelname aan de werkgroep multidisciplinair onderwijs van het Consortium ZeGNN.
Jaarlijks vindt de opleidingsevaluatie plaats voor het hele cluster OOR NO. Er worden in de ziekenhuizen vragenlijsten afgenomen, in het UMCG per (sub-)specialisatie. Aan de hand van de vragenlijsten worden ‘plus- en kluspunten’ benoemd. De aanbevelingen en bijbehorende actiepunten worden lokaal na zes maanden geëvalueerd en zo nodig aangepast.

Toekomst
In 2025 en verder zal er gestreefd worden om de samenwerking met de eerste lijn en in de regio te harmoniseren. We zullen de opleidings- en onderwijsactiviteiten blijven voortzetten. We streven naar benoeming van een hoogleraar en een universitair hoofddocent.
Productiecijfers
| Consulten prenatale diagnostiek | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Amnionpuncties | 102 | 124 | 119 |
| Chorionvillus-biopsiën | 113 | 137 | 107 |
| Counseling PND intake/GEN intake | |||
| Echo bij verhoogd risico aangeboren afwijking (GUO groep I) | 1250 | 1342 | 1357 |
| Echo bij vermoeden aangeboren afwijking (GUO groep II) | 2137 | 2125 | 2155 |
| Combinatietesten* | |||
| PNS | 315 | 314 | 299 |
| Verrichtingen obstetrie | 2022 | 2023 | 2024 |
|---|---|---|---|
| Aantal partussen | 1470 | 1451 | 1468 |
| Aantal kinderen | 1524 | 1502 | 1526 |
| Spontane partus in hoofdligging | 918 | 938 | 954 |
| Spontane partus in stuitligging | 48 | 34 | 13 |
| Vacuüm extractie | 125 | 84 | 78 |
| Forcipale extractie | 1 | 0 | 0 |
| Stuitextractie | 15 | 3 | 2 |
| Primaire sectio (wv natural) | 258(63) | 320(77)* | 275(72) |
| Secundaire sectio | 158 | 120* | 203 |
| Direct pp verwezen | |||
| Meerlingen | |||
| eenling | 1419 | 1400 | 1411 |
| tweeling | 48 | 51 | 56 |
| drieling | 3 | 0 | 1 |
| Poliklinische bevallingen | 156 | 132 | 152 |
Weigeringen en wegplaatsingen
Weigeringen totaal 2022: 104
Weigeringen 3e lijn: 27 zijn allen naar een ander UMC gegaan door het hele land. 1 naar België.
Reden weigeren: 25 x geen plek NICU, 2x geen plek OHC
Weigeringen 1e lijn: 14
Weigeringen 2e lijn: 52
Weigeringen 3e lijn: 27
14 Martini Ziekenhuis, 6 Wilhelmina Ziekenhuis Assen, 1 Medisch Centrum Leeuwarden, 3 Ommelander Ziekenhuis Groningen, 2 Isala, 1 Nij Smellinghe, 25 zijn niet ingevuld.
Redenen weigeren, soms meerdere tegelijk:
- 39 x vanwege geen plek op de NICU
- 53 x vanwege geen plek op de verloskamers
- 2 x vanwege geen plek op de zwangere afdeling.
- 0 x vanwege geen plek op K3
- 4 x geen reden ingevuld
- 2 x vanwege geen plek Obst HC
Weigeringen totaal 2023: 147
Weigeringen 3e lijn: 25 zijn allen naar een ander UMC gegaan door het hele land.
Reden weigeren: 24 x geen plek NICU, 3 x geen plek OHC
Weigeringen 1e lijn: 46
Weigeringen 2e lijn: 70
Weigeringen 3e lijn: 25
70 weigeringen met een tweedelijns indicatie. 23 Martini Ziekenhuis, 2 Wilhelmina Ziekenhuis Assen, 9 Ommelander Ziekenhuis Groningen, 1 Nij Smellinghe, 1 Deventer Ziekenhuis, 1 Isala, 1 Scheper Ziekenhuis, 37 zijn niet ingevuld.
Redenen weigeren, soms meerdere tegelijk:
- 6 x vanwege geen plek op de zwangere afdeling.
- 94 x vanwege geen plek op de verloskamers
- 3 x vanwege geen plek Obst HC
- 24 x vanwege geen plek op de NICU
- 10 x Neo HC
- 21 x vanwege anders
- 1 x vanwege personeelsgebrek
Weigeringen tot 19 maart 2024: 207
Weigeringen 3e lijn: 94 zijn allen naar een ander UMC gegaan door het hele land.
Reden weigeren: 54 x geen plek NICU, 2 x geen plek OHC
Weigeringen 1e lijn: 11
Weigeringen 2e lijn: 92
Weigeringen 3e lijn: 94
39 Martini Ziekenhuis 2 Wilhelmina Ziekenhuis Assen, 6 Ommelander Ziekenhuis Groningen, 1 Scheper Ziekenhuis, 2 Medisch Centrum Leeuwarden, 1 Nij Smellinghe; 44 zijn niet ingevuld.
Redenen weigeren, soms meerdere tegelijk:
- 12 x vanwege geen plek op de zwangere afdeling.
- 110 x vanwege geen plek op de verloskamers/OK
- 2 x vanwege geen plek Obst HC
- 54 x vanwege geen plek op de NICU
- 10 x Neo HC
- 11 x vanwege anders
- 20 x vanwege personeelsgebrek
Perinatale sterfte
| Doodsoorzaak* | 2022 | 2023 |
|---|---|---|
| 1.1.1 congenitale afwijking: chromosomaal numeriek | 6 | 3 |
| 1.1.2 Congenitale afwijking: chromosomaal; structureel | 1 | |
| 1.1.3 congenitale afwijking: chromosomaal; microdeletie/uniparentale disomie | 1 | |
| 1.11.1 congenitale afwijking: overig; 1 orgaan | 1 | |
| 1.11.2 congenitale afwijking: overig; meerdere organen | 3 | |
| 1.2.1 congenitale afwijking: syndroom genmutatie | 5 | 3 |
| 1.2.2 congenitale afwijking: syndroom; overig | 2 | 4 |
| 1.3 congenitale afwijking: centraal zenuwstelsel | 8 | 3 |
| 1.4 congenitale afwijking: hart- en vaatstelsel | 8 | 6 |
| 1.6 congenitale afwijking: tractus digestivus | 2 | 1 |
| 1.7 congenitale afwijking: tractus urogenitalis | 1 | |
| 1.8 congenitale afwijking: musculoskeletair stelsel | 1 | 1 |
| 2.1 placenta: placentabed pathologie | 12 | 10 |
| 2.2.1 placenta: placentapathologie ontwikkeling | 2 | 4 |
| 2.2.2 placenta: placentapathologie parenchym | 4 | 2 |
| 2.2.3 placenta: placentapathologie; localisatie | 1 | |
| 2.3 placenta: navelstrengcomplicatie | 2 | |
| 3.1 prematuriteit: PPROM | 5 | 7 |
| 3.2 prematuriteit: vroegtijdige weeën | 5 | 10 |
| 3.3 prematuriteit: cervixinsufficiëntie | 6 | |
| 4.1 infectie: transplacentair | 1 | |
| 4.2 infectie: opstijgend | 3 | 1 |
| 5.3.1 overig: trauma; maternaal | 1 | |
| 5.4 overig: uitzonderlijk | 2 | 1 |
| 6.1 onbekend: ondanks uitgebreid onderzoek | 3 | 2 |
| 6.2 onbekend: belangrijke informatie mist | 3 | |
| Geen waarde | 28 | 32 |
| Totaal | 100 | 107 |