Spring naar inhoud

De kern van het UMCG

2.1 Patiëntenzorg

Kerncijfers patiëntenzorg 2025

Patiëntervaring

8,7

(8,7 in 2024)

Poliklinische bezoeken

491.156

(464.583 in 2024)

Klinische opnames

27.363

(27.432 in 2024)

OK-behandelingen

45.011

(40.051 in 2024)

Verpleegdagen

221.329

(217.786 in 2024)

Gebruikers mijnUMCG

221.202

(184.129 in 2024)

2.1.1 Speerpunten van 2025

Integraal kwaliteits- en veiligheidsbeleid

In 2025 lag een belangrijk speerpunt bij het versterken van kwaliteit en veiligheid van zorg vanuit één samenhangende visie. Het UMCG werkte aan de doorontwikkeling van een integraal strategisch beleidsplan Kwaliteit en Veiligheid. De focus verschuift van controle naar leren en verbeteren in de dagelijkse zorg. De samenwerking tussen kwaliteitsmedewerkers over clusters en domeinen heen is versterkt, waardoor kennis beter wordt gedeeld en knelpunten sneller zichtbaar worden. Inspecties en audits zijn ingezet voor reflectie en verbetering. 

Lerende aanpak van incidenten, calamiteiten en klachten

Wanneer er iets misgaat in de zorg, kan dat grote impact hebben op patiënten, naasten en medewerkers. In 2025 is verder geïnvesteerd in een open en zorgvuldige manier van omgaan met incidenten, calamiteiten en klachten. Situaties worden besproken en geanalyseerd om te begrijpen wat er is gebeurd en hoe herhaling kan worden voorkomen. 

Daarnaast is er aandacht voor de mensen die bij deze situaties betrokken zijn. Patiëntenervaringen worden serieus genomen en medewerkers krijgen ondersteuning bij het omgaan met ingrijpende gebeurtenissen. De samenwerking met juridische ondersteuning, beveiliging en externe partners is versterkt, bijvoorbeeld bij agressie of dreiging in de zorg.

Centrum voor Congenitale Hartafwijkingen (CCH)

In de zomer van 2025 ontving de raad van bestuur signalen over de sociale veiligheid en de kwaliteit van zorg binnen het Centrum voor Congenitale Hartafwijkingen (CCH). Aanleiding was het vertrek van twee kinderhartchirurgen en zorgen over de onderlinge samenwerking binnen het chirurgenteam. De raad van bestuur heeft deze signalen serieus genomen en drie onafhankelijke onderzoeken laten uitvoeren: naar de kwaliteit van zorg, de sociale veiligheid en de wetenschappelijke integriteit.

Om rust en ruimte voor deze onderzoeken te creeëren, voerde het CCH vanaf 15 september geen geplande operaties uit. Andere kinderhartcentra in het netwerk namen patiënten over bij wie uitstel van de operatie niet verantwoord was. Uit de onderzoeken bleek dat de kwaliteit van de geleverde zorg goed was en de gebruikte operatietechnieken voldoen aan internationale standaarden. Wel werd geconstateerd dat de samenwerking binnen het chirurgenteam langdurig onder druk had gestaan.

Op basis van de onderzoeksresultaten is een plan van aanpak opgesteld om de teamcultuur en samenwerking te verbeteren. De formatie van het chirurgenteam is hersteld en er is een ervaren kinderhartchirurg aangesteld in een leidinggevende rol. Begin januari 2026 is het operatieprogramma hervat. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft in januari 2026 vastgesteld dat het UMCG de signalen goed heeft onderzocht, passende maatregelen heeft genomen en dat het besluit tot herstart verantwoord en navolgbaar was. 

De gebeurtenissen waren ingrijpend voor patiënten en hun naasten, en voor de medewerkers van het CCH. Zij verdienen erkenning voor hun inzet in een moeilijke tijd. Als lerende organisatie nemen wij de bevindingen mee in onze bredere aanpak van kwaliteit, veiligheid en teamcultuur.

Versterking van het verpleegkundig domein

Verpleegkundigen spelen een sleutelrol in de dagelijkse zorg voor patiënten. In 2025 is daarom extra aandacht besteed aan hun positie, ontwikkeling en samenwerking binnen zorgteams. Er is gewerkt aan duidelijke verantwoordelijkheden en meer ruimte voor vakinhoudelijke ontwikkeling. 

Ook zijn er stappen gezet om verpleegkundigen sterker te betrekken bij verbetering van zorg, onderwijs en onderzoek. Dit versterkt de continuïteit van zorg, teamafstemming en duidelijke aanspreekpunten voor patiënten. Daarnaast is de samenwerking met andere zorginstellingen in de regio verder uitgebreid, zodat kennis en ervaring beter worden gedeeld en zorg regionaal beter op elkaar aansluit.

Digitalisering en innovatie

Digitale ondersteuning is in 2025 verder ingezet om zorg overzichtelijker en veiliger te maken. Medische gegevens worden zorgvuldig vastgelegd, zodat zorgverleners sneller een volledig beeld hebben van de situatie van een patiënt. Dit ondersteunt snelle besluitvorming en vermindert herhaling van onderzoeken. Bij de inzet van digitale middelen is steeds aandacht voor privacy, veiligheid en zorgvuldigheid. 

Daarnaast is gewerkt aan regionale digitale samenwerking, onder andere binnen Shared Care Noord.

​​2.1.2 Zijn de doelen bereikt?

In 2025 zijn op alle speerpunten stappen gezet. Nieuwe werkwijzen en samenwerking zijn merkbaar in de organisatie. Tegelijkertijd is gebleken dat meerdere ontwikkelingen tijd vragen om volledig te worden ingevoerd en geborgd in de dagelijkse zorgpraktijk. Nieuwe processen rond kwaliteit, veiligheid en incidentafhandeling zijn gestart, maar nog niet volledig geïmplementeerd. Ook de verdere positionering van het verpleegkundig domein en de ontwikkeling van regionale en digitale samenwerking zijn nog niet afgerond. 

2.1.3 Cijfers

Incidenten en calamiteiten

  • Incidentmeldingen (IMS): 4.165, stabiel ten opzichte van voorgaande jaren 
  • Calamiteiten: 82 gemeld (2024: 65), waarvan 32 als calamiteit beoordeeld (2024: 17) 
  • Gemiddelde doorlooptijd onderzoek: 139 dagen (melding tot terugkoppeling IGJ) 

Het aantal als mogelijk calamiteit beoordeelde meldingen, is in 2025 gestegen ten opzichte van 2024. Deze stijging houdt gedeeltelijk verband met de situatie rond het CCH: in de periode dat de signalen over de kinderhartchirurgie werden onderzocht, is zeer laagdrempelig gemeld. Het UMCG heeft hiermee bewust gekozen voor transparantie en zorgvuldigheid. Daarnaast weerspiegelt de toename de verdere versterking van de meldcultuur in de organisatie: medewerkers melden vaker en eerder, wat past bij de lerende aanpak die we nastreven. De stijging is daarmee niet alleen een signaal van risico, maar ook van een organisatie die bereid is kritisch naar zichzelf te kijken.

Klachten

  2025 2024
Patiënteninformatie en Klachtenopvang (PIKO) 272 269
Afgehandelde klachten via klachtenfunctionaris 176 150
Ingekomen klachten bij klachtencommissie 9 (6 behandeld tijdens hoorzittingen) 7
Geschillencommissie Ziekenhuizen 3 3
Nationale Ombudsman 0 0

Transmurale Incidentmeldingen (TIM)

Het Transmuraal Samenwerkingsplatform (TSP) fungeert als centraal aanspreekpunt voor externe zorgpartners en interne medewerkers. In 2025 registreerde TSP 50 TIM-meldingen, wat veilige en samenhangende zorg ondersteunt.

2.1.4 Waar zijn we trots op?

In 2025 is door medewerkers op verschillende onderdelen gewerkt aan het versterken van kwaliteit en veiligheid van zorg. Lerende aanpak van incidenten, multidisciplinaire behandeling van complexe klachten en positionering van het verpleegkundig domein laten zien dat zorg meer vanuit samenwerking en vertrouwen wordt vormgegeven. 

Daarnaast is in 2025 ingezet op het verminderen van regeldruk en het vergroten van de professionele autonomie. Binnen het verpleegkundig domein werd dit zichtbaar door het uitreiken van de Afschafprijs aan een initiatief dat de werklast vermindert. Het initiatief Reclaim10% zorgt ervoor dat artsen minder tijd kwijt zijn aan administratief werk doordat het elektronisch patiëntendossier grootschalig wordt geoptimaliseerd. Wat deze initiatieven gemeen hebben, is dat ze niet centraal zijn bedacht maar van de professionals zelf komen - precies de beweging die Koers30 beoogt te versterken.

2.1.5 Wat gaan we in 2026 anders doen?

In 2026 maakt het UMCG bewust scherpere keuzes binnen de ontwikkelingen in de patiëntenzorg. Er wordt gericht gekozen voor initiatieven die het meest bijdragen aan goede zorg. 

In 2026 werkt het UMCG aan het terugdringen van administratieve taken en het verbeteren van de besluitvorming. Door duidelijke rollen en verantwoordelijkheden weten medewerkers beter waar ze terechtkunnen en wie welke beslissingen neemt. Zo ontstaat meer ruimte voor zorgverleners om zich te richten op de zorg voor patiënten. 

Ook krijgen ingezette verbeteringen meer vaste vorm. Kwaliteit, veiligheid, incidentafhandeling en verpleegkundig leiderschap worden verder vastgelegd, herkenbaar en toepasbaar gemaakt. 

Tot slot blijft de samenhang tussen zorg, onderwijs en onderzoek belangrijk. In 2026 is er extra aandacht voor duidelijke en tijdige communicatie richting medewerkers en patiënten.